| Molinia caerulea |
|
| |
| Wetenschappelijke naam: Molinia caerulea |
| Familie naam: Poaceae |
| Nederlandse naam: Pijpestrootje |
| Kenmerken: |
| |
- Licht:
- (Bloei)kleur:
- Bloeimaand(en):
- Hoogte in meters:
|
Zon, Halve schaduw
Groen, Bruin, Herfstkleur
Augustus, September, Oktober
50-100 cm., 100-150 cm. |
|
| |
| Grote rassen met lange, dunne, maar toch stevige bloemstelen. Bijzonder mooi werken de herfstkleuren van de plant. Laat in de zomer komen de bloei-aren boven de regelmatige bladpollen tevoorschijn. Door die groeiwijze zijn ze even geschikt als solitair als in een dichte bloemenborder, waar de bloeistengels als fonteinen boven de aangrenzende planten uitstijgen. Bovendien hebben alle pijpestrootjes een prachtig wintersilhouet. Molinia caerulea heeft grijsgroen blad en aarvormige grijsbruine bloeiwijzen soms met dunne zijtakjes. Wordt 80 tot 120 centimeter hoog. Pijpenstro komt in Nederland en grote delen van Europa van nature voor. De naam heeft te maken met de holle stengel, die gebruikt werd om de steel van een pijp schoon te blazen. Het gras stelt weinig eisen aan de bodem, maar een zure, voedselarme grond, die licht vochtig is, heeft de voorkeur. |
|